
Veelgestelde vragen over lijfrente
- Wat is het fiscale voordeel van een koopsompolis of lijfrentepolis?
- Welke mogelijkheden voor lijfrenteaftrek zijn er?
- Wat is een pensioentekort?
- Welke redenen zijn er zoal voor het ontstaan van een pensioentekort?
- Hoe wordt het opgebouwde lijfrentekapitaal uitgekeerd?
- Uw belastingaangifte over 2009 en 2010
Wat is het fiscale voordeel van een koopsom- of lijfrentepolis?
Afhankelijk van uw inkomen betaalt de fiscus bij een aantoonbaar pensioentekort tot 52% mee aan uw lijfrentepremie.
Uw belastingvoordeel bij een eenmalige storting van € 5.000,-:
| Tarief | U betaalt | De fiscus betaalt |
| 42% | € 2.900,- | € 2.100,- |
| 52% | € 2.400,- | € 2.600,- |
Over de lijfrente-uitkeringen bent u te zijner tijd inkomstenbelasting verschuldigd. Maar omdat u tegen die tijd waarschijnlijk niet of minder werkt, is de kans groot dat u dan in een gunstiger tarief valt. U spaart op deze wijze fiscaalvriendelijk. Mede doordat uw vermogen in een lijfrentepolis zit en niet belast wordt met de 1,2% vermogensrendementsheffing van box 3. Ook niet indien u aandelen of andere beleggingen in de polis aanhoudt.
Welke mogelijkheden voor lijfrenteaftrek zijn er?
Er zijn twee mogelijkheden voor lijfrenteaftrek: de jaarruimte en de reserveringsruimte. Voor beide aftrekmogelijkheden dient u een pensioentekort aan te tonen.
- Jaarruimte
Het bedrag dat u bij een aantoonbaar pensioentekort in een bepaald jaar mag aftrekken, heet jaarruimte. Bij de berekening van de jaarruimte over 2010 zijn uw inkomensgegevens en de pensioenaangroei over 2009 bepalend. De jaarruimte 2010 bedraagt maximaal € 26.994,-. Hiervoor kunt u de jaarruimte 2010 tot 1 april 2011 benutten. U kunt snel berekenen hoeveel lijfrentepremie u van uw belastbaar inkomen mag aftrekken. - Reserveringsruimte
Ook een pensioentekort dat in het verleden is ontstaan, kan worden gecompenseerd. Via de reserveringsruimte, ook wel inhaalruimte genoemd, kunnen lijfrentepremies met terugwerkende kracht van uw belastbaar inkomen worden afgetrokken.
Overigens behoeven de jaarruimte en de reserveringsruimte niet in zijn geheel te worden benut.
De fiscus geeft u de mogelijkheid om een pensioen op te bouwen ter grootte van 70% van het laatstverdiende loon. Als u minder pensioen heeft opgebouwd, is er sprake van een pensioentekort. Uit onderzoek blijkt dat circa 80% van de Nederlanders een pensioentekort heeft.
Er zijn tal van redenen mogelijk waarom ook u een pensioentekort heeft.
Welke redenen zijn er zoal voor het ontstaan van een pensioentekort?
Er zijn tal van redenen waardoor ook u een pensioentekort kunt hebben:
- Uw pensioenregeling leidt niet tot 70% van het laatstverdiende salaris, maar bijvoorbeeld tot 70% van het gemiddeld verdiende salaris. Deze zogenaamde middelloonregeling komt veelvuldig voor.
- U haalt het in veel pensioenregelingen vereiste aantal dienstjaren niet.
- U bent van baan veranderd en/of meer gaan verdienen. Over de jaren daarvoor heeft u dan waarschijnlijk te weinig pensioen opgebouwd om 70% van het nieuwe salaris te kunnen garanderen.
- U wordt na 31 december 2014 65 jaar en bent nu gehuwd. Dan ontvangt u vanaf deze pensioengerechtigde leeftijd geen aow-toeslag meer voor uw partner. Vanaf 2015 heeft iedereen namelijk zelfstandig recht op AOW. In uw pensioenvoorziening wordt echter vaak wel rekening gehouden met deze zogenaamde partnertoeslag (die u in dit geval dus niet meer ontvangt), zodat u dan te weinig pensioen opbouwt.
- Over variabele looncomponenten en 'loon in natura', zoals een lease-auto, bouwt u in het algemeen geen pensioen op. Dit is in de lijfrentesfeer echter wel toegestaan.
Robein Leven heeft een aantal aantrekkelijke oplossingen, waarmee u nu uw financiële toekomst veiligstelt.
Hoe wordt het opgebouwde lijfrentekapitaal uitgekeerd?
Het kapitaal dat op de einddatum beschikbaar is, zal worden uitgekeerd in de vorm van een lijfrente. Per maand, kwartaal, half jaar of jaar wordt een bedrag uitgekeerd. Uiteraard rekent u over de te ontvangen lijfrenten met de fiscus af. Voor een uitkering aan uzelf zijn 3 lijfrentevormen. Deze kunt u combineren met een nabestaandenlijfrente.
Levenslange oudedagslijfrente
U ontvangt een levenslange aanvulling op uw AOW of pensioen. U kunt zelf het tijdstip bepalen waarop de uitkeringen ingaan.
Overbruggingslijfrente
Met een overbruggingslijfrente kunt u een tijdelijke achteruitgang in het inkomen opvangen, in de periode voordat u met pensioen gaat of AOW gaat ontvangen. Bijvoorbeeld omdat u eerder stopt met werken. U kunt zelf bepalen wanneer de uitkeringen ingaan. De uitkeringen moeten uiterlijk eindigen in het jaar waarin u 65 wordt óf in het jaar waarin u met pensioen gaat, als dat vóór uw 65ste is. De uitkeringen mogen in totaal niet meer dan € 63.288,- per jaar (2006 geïndexeerd) bedragen. Uitsluitend premies die vóór 1 april 2006 gestort zijn, kunnen worden aangewend voor een overbruggingslijfrente.
U kunt de levensloopregeling benutten om fiscaal aantrekkelijk te sparen om eerder te stoppen met werken.
Tijdelijke oudedagslijfrente
U kunt een achteruitgang in uw inkomen opvangen in de periode nadat u met pensioen gaat, of AOW gaat ontvangen. De duur van de uitkeringen mag niet korter zijn dan 5 jaar en de uitkeringen mogen niet hoger zijn dan € 20.097,- (2009) per jaar. De uitkeringen mogen pas ingaan in het jaar waarin u 65 jaar wordt.
Voor alle bovenstaande lijfrentevormen geldt dat de uitkeringen, ongeacht de overeengekomen duur, in ieder geval eindigen bij uw overlijden. Indien gewenst, is het mogelijk genoemde lijfrentevormen te combineren met een nabestaandenlijfrente.
Nabestaandenlijfrente
Een nabestaandenlijfrente is bijvoorbeeld bestemd voor uw partner en gaat in op het moment dat u overlijdt. De duur van de uitkeringen kan onder bepaalde voorwaarden zowel tijdelijk als levenslang zijn. Uiterlijk bij het overlijden van uw partner stoppen de nabestaandenuitkeringen.
Robein Leven biedt u interessante uitkerende lijfrentevarianten.
Uw belastingaangifte over 2009
U brengt uw lijfrentepremie in aftrek op uw belastbaar inkomen via uw aangifte Inkomstenbelasting 2009. U kunt met een aanvullende aangifte uw jaarruimte en/of reserveringsruimte alsnog benutten en zo uw belastbaar inkomen over 2009 verlagen, mits uw lijfrenteaftrek over 2009 vóór 1 april 2010 gestort is.
Uw belastingaangifte over 2010
U brengt uw lijfrentepremie in aftrek op uw belastbaar inkomen via uw aangifte Inkomstenbelasting 2010. U kunt met een aanvullende aangifte uw jaarruimte en/of reserveringsruimte alsnog benutten en zo uw belastbaar inkomen over 2010 verlagen, mits uw lijfrenteaftrek over 2010 vóór 1 april 2011 gestort is.
Een voorbeeldbrief van een schriftelijk verzoek tot terugwenteling kunt u hier bekijken.